Artikel over praktijkonderzoek
Een academische basisschool is een school die haar actuele
onderwijskundige ontwikkelingen verbindt met praktijkonderzoek door
leerkrachten in het kader van een bachelor- of masteropleiding voor
leraren basisonderwijs. Praktijkonderzoek maakt daarbij deel uit van
het leren op de werkplek. Dit betekent dat leerkrachten in opleiding
in het kader van de actuele schoolontwikkeling een concrete en
afgebakende taak krijgen, die zij mede door het doen van
praktijkonderzoek tot een goed einde kunnen brengen. Zo leren zij
voor de praktijk relevant onderzoek te verrichten. Tegelijkertijd
dragen zij als teamlid actief bij aan de kennis van het gehele team
over het realiseren van de betreffende schoolontwikkeling.
De term ‘academisch’ klinkt misschien wat hoogdravend, maar verwijst
naar een
systematische en methodische aanpak van het praktijkonderzoek.
Immers, niet alles wat we onderzoek noemen gebeurt even systematisch
en methodisch. Een ouderenquête, een foutenanalyse of een analyse
van sterke en zwakke kanten van de school die we op een
achternamiddag uitvoeren, vraagt weliswaar om een onderzoekende
houding van leerkrachten, maar is daarmee nog geen systematisch
onderzoek.
In de academische basisschool neemt praktijkonderzoek een
belangrijke plaats in. Allereerst gaat het om het leren verrichten
van onderzoek. Daarnaast voeren leerkrachten begeleid door een
deskundige daadwerkelijk onderzoek uit. Onderzoek dat de actuele
schoolontwikkeling een stap verder brengt. Maar ook onderzoek dat
mogelijk weer nieuwe vragen oproept en daarmee een vliegwiel is in
het leren en innoveren van schoolteams. (Roelofs, 2008)
Praktijkonderzoek in academische
basisscholen
Bij het praktijkonderzoek binnen Hogeschool Domstad hanteren wij de
volgende leer- en onderzoekscyclus:

Stap 1 Schoolontwikkelingstaak: ambitie, behoefte, probleem of doel
van het team
Vertrekpunt bij het praktijkonderzoek in academische basisscholen is
de afgebakende schoolontwikkelingstaakstelling van de leerkracht in
opleiding. In de school loop je individueel of als team tegen iets
aan, je signaleert iets wat anders gaat dan je zou willen. Of je
hebt gezamenlijk een koers uitgezet en wil dit nu concretiseren. Of
je bent samen een koers aan het zoeken en je hebt behoefte aan
inspirerende input. De eerste stap in het praktijkonderzoek is het
verhelderen van deze schoolontwikkelingstaak.
Stap 2 Onderzoeksvraag
Wanneer de schoolontwikkelingstaak helder is afgebakend en
gepositioneerd, formuleert de leerkracht in opleiding zijn
onderzoeksvraag. Dit is de lastigste stap in het totale proces en
tegelijkertijd de meest cruciale. De leerkracht beschrijft hoe
persoonlijke afwegingen zijn onderzoek inkaderen: Wat moet ik kunnen
om de taak naar behoren uit te voeren? Wat moet ik hiervoor in ieder
geval weten? Wat denk ik globaal te weten en wil ik nagaan of dit
klopt? Wat weet ik al op basis van bestaande (leer)psychologische, (vak-)
didactische en pedagogische theorieën? Wat wil ik uiteindelijk met
mijn praktijkonderzoek te weten komen?
Stap 3 Keuze onderzoeksinstrumenten
De onderzoeksvraag bepaalt niet alleen wat de leerkracht te weten
wil komen, maar vaak ook hoe je dit het beste te weten kunt komen.
Als je wat wilt weten over het gedrag van leerlingen of het eigen
handelen als leerkracht, gebruik je open of gesloten
observatiemethodieken, eventueel ondersteund door video-opnamen.
Wanneer je op zoek bent naar meningen, wensen of behoeften kun je
open of gestructureerde interviews gebruiken. Foutenanalyses van
leerlingenwerk kunnen je op het spoor zetten van verkeerd ingeslepen
denkpatronen. Bronnen- en archiefonderzoek kunnen helpen om bewezen
succesvolle aanpakken te vinden. In logboeken van leerkrachten en
leerlingen kun je diverse ingangen vinden voor nadere reflectie en
onderzoek.
Stap 4 Informatie verzamelen
Wanneer de leerkracht zijn onderzoeksinstrumenten heeft gekozen,
begint het verzamelen van informatie. De kwaliteit van het
onderzoeksinstrument maar ook de bekwaamheid van de leerkracht om
met het onderzoeksinstrument te werken, is van invloed op de
hoeveelheid en kwaliteit van de informatie die je krijgt.
Bijvoorbeeld een goed gestructureerd interview uitgevoerd met een
slechte interviewtechniek levert mogelijk minder waardevolle
informatie.
Stap 5 Betekenis verlenen
Bij praktijkonderzoek is het gezamenlijk betekenis verlenen aan de
gevonden informatie een belangrijke stap. De leerkracht staat dan –
vaak samen met teamleden - stil bij de vraag ‘Wat betekent de
gevonden informatie voor de uitvoering van mijn
schoolontwikkelingstaak?’. Hierbij vormt de onderzoeksvraag het
zoeklicht. Met de onderzoeksvraag in het achterhoofd analyseer je de
verzamelde informatie en trek je voorzichtige conclusies.
Stap 6 Consequenties vastleggen
De nieuwe inzichten en voorlopige conclusies verbindt de leerkracht
– in overleg met collega’s - vervolgens aan consequenties voor het
eigen handelen. Wat ga ik of gaan wij anders doen dan voorheen om de
afgesproken schoolontwikkelingstaakstelling te kunnen realiseren?
Stap 7 Actie ondernemen
Bij deze stap brengt de leerkracht consequenties voor eigen handelen
ook echt in praktijk.
Stap 8 Evaluatie actie
Als laatste stap evalueert de leerkracht of zijn handelen op basis
van de nieuwe kennis en inzichten ertoe heeft geleid dat hij zijn
schoolontwikkelingstaakstelling heeft kunnen realiseren. Meestal
levert dit nieuwe ambities, behoeften, doelen of te onderzoeken
problemen op. Zo ontstaat een nieuw startpunt voor het verdere leer-
en onderzoeksproces.
|