Leer- en onderzoekscyclus - stap 4
Dataverzamelen en analyse
Ik werk nu bijna drie jaar in het traject Academische Basisschool. Als docent onderzoeksvaardigheden bij Hogeschool Domstad, begeleid ik studenten in de voorbereiding op het doen van hun onderzoek. Vanuit mijn SLB (studieloopbaanbegeleiding)-werk neem ik deel aan kenniskringen van twee Academische Basisscholen waarin ik de studenten volg in hun onderzoeksproces. Mijn eigen ervaring met onderzoek doen heb ik geleerd tijdens mijn studie Hoger Kader Pedagogiek en mijn supervisieopleiding in Amsterdam.
Stappen
Domstad onderscheidt een aantal stappen in de onderzoeksaanpak om het hanteerbaar te maken. Even op een rijtje: Stap 1 beschrijft de context en de probleemsituatie. In Stap 2 wordt de onderzoeksvraag geformuleerd en in Stap 3 wordt er een keuze gemaakt uit onderzoeksinstrumenten om de onderzoeksvraag te beantwoorden.
Ik ga hier in op Stap 4; het verzamelen van de data en de analyse. Na stap 4 volgen nog Stap 5 waarin betekenis wordt gegeven aan de data-analyse en Stap 6, 7 en 8 die leiden tot conclusies, vervolgacties en evaluatie.
Het inzetten van onderzoeksinstrumenten
De studenten gebruiken vooral enquêtes en interviews bij het bevragen van de schoolleiding, leerkrachten en kinderen en observaties in klassensituaties. Om tot een goede instrumentenkeuze te komen krijgen de studenten op Hogeschool Domstad een college over deze verschillende instrumenten en in een workshop gaan ze oefenen met deze middelen. Ook gebruik maken van theorie/literatuur is een belangrijk element in het doen van onderzoek. Elke student zoekt naar geschikte literatuur en theorieën. Literatuuronderzoek heeft in de 1ste helft van het jaar al veel aandacht gekregen.
Doeners
Het zoeken naar informatie uit literatuur vinden studenten vaak tijdrovend en saai. Ze worstelen met de veelheid aan informatie, waar ze een keuze in moeten maken. Frustratie loopt op als ze heel veel informatie hebben over hun onderwerp maar net niet dat vinden wat ze nodig hebben.
Maar als de instrumenten zijn “gevuld” met vragen dan kunnen ze echt aan de slag. Studenten leven op als ze stap 4 gaan uitvoeren. Ze kunnen, in hun gevoel, iets gaan DOEN. Het zijn vaak “doeners”. Het afnemen van observatielijsten en interviews vinden ze het leukst. (Waardevolle uitspraken van studenten: “Door zo gericht te kijken zie ik zoveel meer” of “Goh, ik wist helemaal niet dat dit erachter zat.” of “Weet je wel dat deze methode al zo werkt?”),
Het is best lastig
Maar het stellen van de juiste vragen om de onderzoeksvraag te beantwoorden is niet altijd gemakkelijk. Soms zijn de vragen wat oppervlakkig en doorvragen is moeilijk of niet mogelijk. Controlevragen worden weinig gesteld. Ik zie dat studenten de neiging hebben om hun eigen denken te volgen en soms weinig gebruik maken van de informatie uit de literatuur. En hoe neem je een interview of observatie goed af. Hier hebben ze het meest te leren. Leren is ook het doel. Het onderzoek zelf is daarin slechts onderwerp waarbinnen zij leren. Dat wordt nog wel eens vergeten.
Het onderzoek is ook erg kleinschalig. Daardoor is er geen tijd en ruimte voor een gedegen wetenschappelijke onderbouwing. Te hoge verwachtingen bij scholen en begeleiders worden dan wel eens teleurgesteld.
Domstad wil dat de student Stap 5 betekenisverlening niet zelf invult, maar uitvoert in samenspraak met het team van leerkrachten en schoolleiding. Heel begrijpelijk hebben studenten de neiging om al tijdens de analyse, hun eigen conclusies te trekken en het onderzoek af te ronden. Als SLB-er is dat even opletten anders is het al gebeurd voordat je het in de gaten hebt.
Ook als opleidingsinstituut is het wel een leerproces om tot een goede begeleiding te komen. Na drie jaar ervaring zijn de lijnen nu wel helder, ligt er een goed lesprogramma en zitten we in een fase van kleine bijstellingen en aanpassingen. Ook bij de studenten is de vooruitgang te zien. De vierdejaars doen het onderzoek duidelijk met meer gemak dan de derdejaars. De diepgang wordt dan ook beter. Oefening baart kunst.
Resultaten
Voor de school zitten er vaak heel goede elementen in het onderzoek. Er zijn meer praktisch ingestelde onderzoeken: bijvoorbeeld over de inrichting van een wereldoriëntatiehoek. Er zijn ook meer theoretische onderzoeken, bijvoorbeeld “hoe geven we ruimte aan de autonomie van het kind”. Ik heb de afgelopen jaren hele interessante onderzoeken gezien, onder andere over ouderparticipatie, over het werken aan woordenschatontwikkeling bij kinderen en over het volgen van kinderen bij de leesleerlijn in groep drie.
Met elkaar in gesprek
Als docent vind ik het doen van onderzoek een hele goede ontwikkeling. Binnen de scholen van de Academische Basisschool is het doen van onderzoek een gegeven (bij andere scholen nog vaak nieuw). Het doen van onderzoek zorgt ervoor dat er in de scholen meer gebruik gemaakt wordt van bestaande theorie. Leerkrachten, schoolleiding, studenten, binnen de Academische Basisscholen (in hun kleine KennisKringen) maar ook docenten van Hogeschool Domstad raken met elkaar in gesprek over school- en onderwijs¬verbeteringen. Ieder is erbij betrokken, met name het team van de school. Keuzes worden gezamenlijk gemaakt en consequenties gezamenlijk aanvaard. Alle afwegingen zijn beter onderbouwd. Waardoor de hele schoolontwikkeling hiermee een bewuster proces wordt.
De studenten leren verder kijken dan “het boekje” en “gewoon proberen”. Van meer dan “nadoen” en “Try and Error” komen ze tot een afweging van waar ze mee bezig zijn.
Anda de Vries, Docent bij Hogeschool Domstad, mei 2009