Willy van Dijk- Roest: de gewenfase is achter de
rug
oktober 2007
Werkplekleren
Er is inmiddels een prettige overlegstructuur binnen de scholen. De
kartrekker schoolontwikkeling, de coach en de student gaan steeds
vaker met zijn drieën om tafel zitten. Studenten worden goed
opgenomen in het team. De huidige vierdejaars studenten hebben dat
heel sterk ervaren en benoemen dat als groot pluspunt in dit
traject.
Op basis van onze eerste ervaringen ondervonden we dat een half jaar
stage en onderzoek doen op één school veel te kort is. De voorkeur
gaat nu meestal uit naar minstens één jaar op een en dezelfde
school. Tenzij de student / school aangeeft dat het verstandig is om
een switch te maken. Als de student wil, kan de student ook het
tweede jaar op dezelfde school blijven. Een switch is niet
noodzakelijk. Zo zijn de huidige vierdejaarsstudenten op dezelfde
school gebleven als waar ze vorig jaar het jaar afgesloten hebben.
De scholen zijn hier blij mee want de studenten hebben zich al goed
ingewerkt in de structuur en cultuur van de school. Het biedt echt
voordelen om het komende schooljaar samen verder te werken.
We hebben ook gemerkt dat niet elke student geschikt is voor de
academische basisschool. Er zijn studenten die voor dit traject
kiezen vanwege de dag extra stage. We merken dat we juist voor het
academische gedeelte in dit traject een ander type student nodig
hebben en dat studenten hier bewust voor moeten kiezen. Academische
studenten krijgen een onderzoeksvergoeding. Elke school heeft
daarnaast ook de mogelijkheid om een betaalde LIO’er aan te stellen
vanuit het eigen schoolbudget. Op dit moment is dit op slechts 1
school gerealiseerd omdat de juiste studenten hiervoor niet gevonden
konden worden. Het verschil in uitbetaling en betrokkenheid van de
verschillende vierdejaars studenten is een onderwerp dat we de
komende tijd zeker aandacht zullen gaan geven, omdat het onrust met
zich meebrengt binnen de studentengroep.
Willy van Dijk, projectleider academische basisschool, oktober 2007
De onderzoeksvraag
Woensdag is de dag voor het onderzoek. Maandag en dinsdag werken de
studenten aan hun leerkrachtcompetenties en op donderdag en vrijdag
gaan ze naar de opleiding toe. De derdejaars studenten zijn aan het
begin van dit schooljaar ook op woensdag naar de opleiding geweest.
Zij volgden daar de minor ‘onderzoeksvaardigheden’. De huidige
vierdejaars studenten hebben vorig jaar deze minor gevolgd. Vorig
jaar hebben zij onderzoek gedaan naar het speerpunt van de
schoolontwikkeling. De resultaten van het onderzoek hebben ze zowel
aan het schoolteam als aan de openbare kenniskring gepresenteerd. We
merkten dat het leerkrachten wel een oppepper geeft dat studenten op
deze manier werken, het is een heel andere invalshoek dan dat ze
gewend zijn. Voor dit jaar moeten de onderzoeksvragen nog
geformuleerd worden, daar zijn de studenten nu mee bezig. De
kenniskringleden/SLB-ers helpen de studenten bij het onderzoek. Zij
komen ook op de scholen. Binnen dit traject doen de mentoren niet
standaard mee aan het onderzoek. De kartrekker schoolontwikkeling is
wel intensief bij het onderzoek betrokken. Coaches begeleiden de
studenten op de leerkrachtcompetenties, maar zij moeten ook goed op
de hoogte zijn van de onderzoeksvraag.
Contacten met de opleiding
Binnen dit traject vind ik de samenwerking met de opleiding goed
lopen. Er ontstaan goede contacten; de studieloopbaanbegeleiders en
de coaches hebben regelmatig overleg. Het loopt
gelijk op. Het curriculum is dit jaar klaar, de academische
basisschool is nu een onderdeel van de andere minoren. Ons traject
is op de opleiding ingedeeld bij innovatie en omgaan met
verschillen. We merkten dat we één aanspreekpunt misten op de
opleiding voor het plaatsen van studenten en voor vragen over
praktische zaken. Dat hebben we nu geregeld en Henk Jacobs is
algemeen aanspreekpunt vanuit de opleiding geworden. Hij zal zijn
best doen om allerlei mogelijke vragen van studenten, kartrekkers en
andere betrokken omtrent dit opleidingstraject te beantwoorden of
deze door te spelen naar de verantwoordelijke persoon.
Schoolontwikkeling
Het afgelopen half jaar zijn er een aantal doelen uit het
projectplan aangepast. Er moesten keuzes gemaakt worden, we wilden
te veel en dat werkte niet. De doelen zijn dusdanig bijgesteld dat
ze realistisch en haalbaar zijn.
De Ariënsschool is aan de slag met het taalonderwijs. Hof ter Weide
is haar techniekonderwijs aan het intensiveren. De Kubus is een
ontwikkelslag aan het maken met thematisch werken door de hele
school . En de Tafelronde heeft de volgende speerpunten:
ontwikkelingsgericht onderwijs bij wereldoriëntatie en bij het
aanvankelijk lezen in groep 3 het loslaten van de leesmethode.
Strategische beleid
Nu we de eerste ervaringen met de pilot ‘academische basisschool’
achter de rug hebben,komt er komt een bepaalde gewenning. De eerste
schrik is eraf, we kennen elkaar wat beter en we weten wat we van
elkaar kunnen verwachten. Nu gaat het pas echt werken en kunnen we
verder bouwen. We werken er naar toe om uitspraken te krijgen over
hoe we volgend jaar verder willen gaan: de borging en continuering.
De doelstellingen uit het projectplan leggen we daarbij onder de
loep om te bepalen of ze nog steeds gelden voor beide besturen. Op
dit
moment heeft het onderdeel richting borging nog niet centraal
gestaan. Hier wordt snel mee gestart. Onderzoek zien we als een
voorwaarde. Er wordt onderzoek gedaan naar de strategische inbedding
aangestuurd door Winfried Roelofs.
|