Willy van Dijk- Roest kijkt terug op de eerste fase van het project
mei 2007
Willy is de projectleider van deze dieptepilot ‘de academische
basisschool’. Ze is voor 4 dagen in de week in dienst van Stichting
voor KPOA. Naast projectleider ‘de academische basisschool’
begeleidt ze startende leerkrachten binnen de scholen van de
stichting KPOA en is ze coördinator ‘Opleiden in School’. Voorheen
was ze werkzaam als schoolleider van basisschool de Drieslag in
Amersfoort.
Eerste ervaringen
“Ik vind het erg genieten dat je met mensen samenwerkt die er echt
voor gaan. De kartrekkers onderschrijven het belang van ‘onderzoek
doen binnen de school’, studentbegeleiding en de continue voortgang
van de schoolontwikkeling. Zij willen er energie in steken.
Samenwerken met gemotiveerde mensen is heerlijk. Veel leerkrachten
vinden het niet altijd eenvoudig om verder te kijken dan het werk in
hun eigen groep, ze zien soms het grote geheel niet.
Wat ik zie is dat de vier scholen heel veel van elkaar leren. De
kartrekkers ontmoeten elkaar tijdens de Kenniskring bijeenkomst.
Coaches ontmoeten elkaar in een traject met de
studieloopbaanbegeleiders van de opleiding (SLB’ers) en met Willy
zelf.
De studieloopbaanbegeleiders hebben één dag per week beschikbaar
voor studieloopbaanbegeleiding binnen de academische basisschool. In
die tijd moeten ze de coaches en de studenten begeleiden. Verder
zijn ze lid van de Kenniskring. Hopelijk wordt de tijd die
beschikbaar is voor de loopbaanbegeleiders uitgebreid. Ik verwacht
nu eigenlijk al dat zij te weinig tijd zullen hebben voor al hun
werkzaamheden binnen deze dieptepilot”
Werkplekleren
“Ik vind werkplekleren een rijke vorm van leren. Er zijn wel enkele
voorwaarden om werkplekleren succesvol te kunnen laten verlopen.
Vanuit de school moeten de leerkracht(en) open staan voor de ideeën
die een lerende leerkracht (student) met zich meebrengt. Daarnaast
moet een leerkracht de student sturing en ontwikkelingsruimte kunnen
bieden. Leerkrachten moeten hun groep los durven laten. Dit is
lastig te doorbreken. Het los durven laten van de groep ligt ook aan
de structuur van de school. Bij een school waar ‘teamteaching’ een
plek heeft gekregen, is het eenvoudiger te doorbreken dan bij een
klassikale school waar iedere leerkracht zijn eigen domein heeft: de
eigen groep.
Een andere belangrijke voorwaarde is dat de studenten open moeten
staan voor wat er in de school gebeurt. Studenten worden binnen de
‘academische basisschool’ competentiegericht opgeleid. Leerkrachten
waren in de oude situatie gewend om een les die door de student
voorbereid is, te bekijken in de uitvoering en deze les te
beoordelen. Er werd daarbij niet gekeken naar overkoepelende
competenties die daaraan vastzitten.
Er moeten eisen gesteld worden aan de begeleiding van studenten. Om
studenten te kunnen begeleiden hebben de leerkrachten bepaalde
competenties nodig. Feedback geven is bijvoorbeeld een vaardigheid
die leerkrachten moeten leren. We moeten er niet vanuit gaan dat
elke leerkracht deze begeleidingscompetenties bezitten, soms zal er
scholing voor nodig zijn.
Vanuit deelname aan de ‘academische basisschool’ wordt het voor de
school duidelijk wat het curriculum van de student is. Vanuit de
opleiding (Pabo Hogeschool Domstad) een mentortraining verzorgd.
Hierin krijgen de leerkrachten inzicht in het curriculum van de
studenten, aan welke competenties ze werken en komt het aftekenen
van persoonlijk ontwikkelingsplannen van de studenten en het werken
met een portfolio aan bod.
Om duidelijk te krijgen wat er verder nog verwacht wordt van de
coach (de zogenaamde ‘hoofd-mentor’, één per school) hebben we een
‘coach de coach’ training opgezet. We hebben de rollen en taken
helder willen krijgen van de verschillende rollen die betrokken zijn
bij de opleiding van studenten op de school, zoals: de mentor, de
coach en de kartrekker. Samen met de Pabo zitten we in een
groeiproces hoe we het curriculum optimaal aan kunnen laten sluiten
bij de stageschool. De coach is naast coach van de studenten en
mentoren vaak ook het aanspreekpunt voor startende leerkrachten.
Ervaring wijst uit dat ze benaderd worden vanuit het zittend
personeel, startend personeel en de studenten.”
Schoolontwikkeling
“Per school is er een aparte kartrekker schoolontwikkeling. De
kartrekkers nemen deel aan de Kenniskring. Het ontwikkelthema van de
individuele scholen is in grote lijnen meegenomen in het
projectplan. Al werkende worden de plannen van de scholen
geconcretiseerd en worden de doelstellingen specifieker
geformuleerd.
Dit project is een extra impuls voor de schoolontwikkeling. Onze
scholen zijn altijd al wel bezig geweest met schoolontwikkeling.
Maar doordat er extra middelen beschikbaar zijn voor de
schoolontwikkeling kan er meer en sneller resultaat worden geboekt.
Normaal moet de school schoolontwikkeling ‘erbij’ doen. De school
mag binnen de academische basisschool het subsidiegeld zelf inzetten
op de manier zoals ze dat zelf willen, op voorwaarde dat het werk
wel gedaan wordt. Hierbij kan je denken aan het inhuren van een
administratief medewerker, vrijroostering van de kartrekker of het
inhuren van een schoolbegeleider vanuit de
onderwijsbegeleidingsdienst.
Positief van de academische basisschool is dat er meer ‘op effect’
wordt ontwikkeld. Er wordt projectmatig gewerkt wat vrij nieuw is.
Voorheen werkte je wel vanuit plannen, maar die waren vrij globaal.
In dit plan staat per half jaar aangegeven wat de opbrengsten moeten
zijn. Er is minder vrijblijvendheid. Binnen dit project moet je
verantwoorden waarom bepaalde zaken wel of niet gebeurd zijn.”
Praktijkonderzoek
“Het UOCG (Het universitair opleidings- en onderzoekscentrum van de
Rijks universiteit Groningen) is bij het project betrokken om
feedback te geven aan de lector Winfried Roelofs. Zij kijken of de
manier waarop het onderzoek plaatsvindt wel juist is. In de opzet
van de academische basisschool wordt het onderzoek gekoppeld aan de
schoolontwikkeling van de school. Vragen die daarbij onderzocht
kunnen worden zijn bijvoorbeeld: We staan nu hier in onze
ontwikkeling, staan we daar echt? Waar willen we naar toe? Hoe komen
we daar? En willen we dat allemaal?.
Studenten worden binnen de academische basisschool gelijk meegenomen
in het onderzoek en ze krijgen er een actieve rol binnen. De coaches
en leerkrachten op de school hebben vaak ook een ontwikkeling door
te maken om de onderzoekshouding te hebben. Binnen de academische
basisschool leren we studenten om deze onderzoekende houding te
ontwikkelen en dat kunnen ze later in hun beroep goed gebruiken.
Hopelijk kunnen komend jaar de nieuwe derde jaars studenten samen
optrekken met de huidige academische basisschool studenten. Die zijn
dan vierde jaars geworden”
|