Hoe is het om academische basisschool te worden?
We zijn nu krap een jaar aan de slag met de academische basisschool.
We beginnen nu het gevoel te krijgen enigszins grip te krijgen op
wat de academische basisschool inhoudt.
Het pilotplan heeft naar mijn idee te weinig rekening gehouden
met transitietijd en mentale modellen. Het gaat in dit traject niet
alleen om de studenten die een ´academische houding´ aan moeten
nemen, maar je moet ook als leerkracht die houding aannemen. De
vraag die bij onze leerkrachten speelde was in hoeverre wij zelf in
staat en bereid zijn om goed te onderzoeken als leerkracht. De
studenten worden daarin opgeleid, maar de leerkrachten moeten daar
ook in meegenomen worden. Het vraagt om een andere manier van
kijken. De onderzoekende houding van de leerkracht is in
ontwikkeling, maar dat proces gaat heel langzaam. Zij moeten ook de
juiste gereedschappen krijgen om zich hierin te ontwikkelen. We
ondersteunen dit proces door elke mentor een boek ‘ontwikkeling door
onderzoek’ te geven. Hierin staat uitgebreid beschreven wat
studenten mogelijk gaan doen m.b.t. het onderzoek in het kader van
de schoolontwikkeling. Zo kan de mentor grip krijgen op het
onderzoeksproces van de student.
Er is veel afstemming nodig binnen de nieuwe rollen die op school
ontstaan zijn door de academische basisschool. Wat doet een interne
coach, wat doet een kartrekker: wie doet wat en wanneer. Wie coacht
wie en hoe houden we elkaar op de hoogte?
Wij zijn een grote school en dan is het erg belangrijk dat de
overleggen goed gepland worden. Voor mijn gevoel is het handig als
er een directielid zit in de Kenniskring. In ieder geval moet de
communicatielijn naar de directie kort zijn.
De academische basisschool wordt soms nog als een ‘losse
ontwikkeling’ ervaren door leerkrachten, terwijl alle ontwikkelingen
die wij invoeren en de onderzoeken die we doen allemaal vallen
binnen de academische basisschool. Schoolontwikkeling waarbij
onderzoek gedaan wordt = academische basisschool.
Op school zou de ‘academische basisschool’ (de schoolontwikkeling
dus) op elke agenda van de inhoudelijke vergadering moeten staan. Er
komen jammer genoeg te veel zaken aan de orde (zoals katechese, een
nieuwe taalmethode, discussie over de CITO, rapporten, etc. ).
Ik zie de pilot als één grote leerweg. Een kans en een uitdaging.
Belangrijk is dat het uiteindelijk ten goede komt van de leerling.
Achteraf gezien was het wellicht beter geweest als we als school
eerst een heel jaar hadden kunnen oriënteren op wat de academische
basisschool inhoudt. We hadden hierbij de vraag kunnen stellen:
‘Welk effect heeft onderzoek binnen onze school?’ Wat verwachten we?
Welke resultaten willen we zien? Dat we eigenlijk eerst ons eigen
plan maken en dan beginnen. Het plan is door iemand anders gemaakt,
vandaar dat het invullen van bijvoorbeeld de urenstaten zo lastig
is, omdat wij een andere, betere weg bewandelen.
Al werkende zijn we er achter gekomen wat een academische
basisschool inhoudt. We hebben veel geleerd, we beginnen nu
enigszins grip te krijgen op het proces van de academische
basisschool. Er is nog een half jaar voor de afronding van de
officiële pilot en dan hebben we het gevoel eigenlijk pas te kunnen
beginnen. We hebben naar mijn idee nog minstens 2 jaar nodig en dan
werpt ‘de academische basisschool’ zijn vruchten af die zichtbaar en
eetbaar zijn. Nu is het vooral nog ontkiemen, proberen, proeven……
Ràchel Naron, december 2007, De Kubus Amersfoort
|