Home    Academische basisschool Ariënsschool Bijdragen
 


Welmoed en Tim vertellen over het eerste deel van het vierde leerjaar

Het vierde jaar van de opleiding is ruwweg opgedeeld in 3 onderdelen: de lio-stage op de maandag en dinsdag, waardoor de student klaargestoomd wordt voor de praktijk en de verantwoordelijkheid leert dragen die een leerkracht heeft voor zijn klas. Daarnaast is er het onderzoek op de woensdag, waarin een ontwikkelingsvraag onderzocht en beantwoord wordt. De rest van de tijd en gedurende de lio-dagen werken de studenten aan de leervragen, die opgesteld worden door de student voortkomend uit een set van competenties (opgesteld door de opleiding), waarmee de student moet bewijzen dat hij straks startbekwaam is. De leervragen dienen weer gekoppeld te worden aan vakgebieden.

De alles zoals bij een gemiddelde lio-stage: er zijn twee groepsleerkrachten en die zijn afwisselend aanwezig. Hij draait (mee in) de klas op maandag en dinsdag. Welmoed doorloopt een pittige lio-stage. Haar mentor is sinds de Herfstvakantie verhuisd naar groep 7 en voor groep 4 is een nieuwe jonge leerkracht aangetrokken. Op de maandag en dinsdag draait Welmoed de klas vaak grotendeels alleen, immers de nieuwe leerkracht is nog niet helemaal bekend met de kinderen, de werkwijze en de school. Welmoed is hiermee wel bekend, doordat ze al weer ruim een jaar op de Ariënsschool werkt. “Het is voor mij een goed leerproces om aan groep 4 les te geven op deze manier, maar het vergt wel veel van me qua tijd en energie”, vertelt Welmoed.

Het onderzoek
Naast de lio-stage doen Welmoed en Tim op de woensdag onderzoek naar de ontwikkelingsvraag. Deze is in overleg met de school tot stand gekomen. Bij hen is dat: Hoe kan er met behulp van “Met woorden in de weer” gewerkt worden aan de woordenschat uitbreiding van de kinderen in alle groepen. Oorspronkelijk was de gedachte om te komen tot een hulpmiddel, dat zal nu een lijst per klas worden van woorden die het meest frequent gebruikt worden en waar dus extra aandacht aanbesteed gaat worden. De populatie van de Ariënsschool is voor ongeveer 95% van allochtone afkomst. Extra aandacht voor taalontwikkeling is dan onontbeerlijk. Op deze manier dragen de studenten door hun onderzoek hieraan hun steentje bij. Afgelopen oktober zijn Welmoed en Tim gestart met hun onderzoek en dat verloopt vooralsnog voorspoedig. Ze zijn zelf ook heel benieuwd naar de uitkomst.

De leervragen
Voor het vierde jaar is er door de opleiding een set van competenties beschreven die door de studenten bewezen dienen te worden. Om deze te bewijzen formuleren zij leervragen, waarmee zij in allerlei onderwijsactiviteiten aan de slag gaan met het behalen van de competenties: in de lessen, in opdrachten, in werkgroepen, tijdens vieringen, in handelingsplannen, enzovoorts. De praktische organisatie van dit onderdeel van het vierde jaar, staat volgens de studenten nog wel in de kinderschoenen. In het reguliere traject hebben de studenten vaste opdrachten. Van de academische studenten wordt een grote zelfstandigheid verwacht, evenals planningsmogelijkheden en het kunnen omgaan met de grote mate van vrijheid.
In januari vindt het assesment plaats. Welmoed heeft reeds besloten dat dat voor haar te snel is en dat zij in maart aan de herkansing deel zal nemen. Beide studenten zijn zeer hoopvol over het afronden van hun studie dit schooljaar.

De begeleiding
Met de SLB-er vanuit de opleiding hebben de studenten eens in de twee weken overleg. Daarnaast is zij op afroep beschikbaar. In deze gesprekken gaat het over de leervragen, de totale planning, de lio-stage en het onderzoek. Binnen de school worden Tim en Welmoed begeleid door Els (coördinator innovatie) en ook door Alice (schoolleider). Het overleg met hen is frequenter.

Werkplekleren
Beide studenten zijn het eens met elkaar als het gaat om de mate van profijt die ze ondervinden door op deze manier hun studie te doorlopen. Het profijt is groot. “We weten nu precies hoe het reilt en zeilt op een school. Het is een zeer effectieve manier van leren: praktijk en theorie worden direct gekoppeld. Daarnaast staan we midden in het team. We voelen ons ook anders: meer een teamlid dan een stagiaire. Voor ons zal de overgang straks na de opleiding als we een echte baan hebben in het onderwijs, minder hard zijn.” Een school, zoals de Ariënsschool trekt hen beiden wel. Het lesgeven geeft veel voldoening vinden ze beiden. “Je kunt echt verschil maken in het leven van een kind.” zegt Welmoed doeltreffend. De school biedt aan de kinderen een ander perspectief, dan thuis. De wereld wordt voor de leerlingen groter gemaakt. En dat doet de kinderen goed. Dat is o.a. te zien aan de vele oud-leerlingen die nog regelmatig langskomen: om wat te vertellen of om gewoon even dag te komen zeggen.

Tips
Tim heeft als belangrijke tip, en daar sluit Welmoed zich bij aan: zorg voor een goede communicatie tussen alle participanten van deze vorm van leren: school, opleiding en student. Hou elkaar op de hoogte over hoe er gewerkt wordt, wat van de studenten verwacht wordt, wat de inzet van de studenten is, wat de school wenst, enz. Doordat iedereen van elkaar weet wat er gedaan wordt en hoe, is er veel sneller begrip. Ook b.v. moet duidelijk zijn wat een leervraag is, aan welke competenties een student moet werken.
Voor andere studenten die ook in dit traject gaan stappen in het belangrijk dat zij zich realiseren dat het hen moet liggen: je moet een stuk doorzettingsvermogen hebben, zelfstandig kunnen werken en je moet zin hebben in de verantwoordelijkheid. Je kan niet alles doen: sport, baantje en deze vorm van opleiding. Je moet je tijd goed kunnen managen. Ook Welmoed en Tim hebben dat zich eigen gemaakt.
Tenslotte is de derde tip: besteed ruim keuze aan de schoolkeuze. Studenten en opleidingsschool moeten goed bij elkaar passen, immers ze zijn voor lange tijd aan elkaar verbonden en dan moet het wel klikken: onderwijsinhoudelijk, cultuur, type leerlingen en de leerkrachten. Voor de student moet het eigenlijk een school zijn, waarvan ze nu al de idee hebben dat het een school is waar ze later ook zouden willen werken.

Overdoen
Welmoed zou als ze nu mocht kiezen weer hetzelfde opleidingstraject gekozen hebben. “ Het levert voor mij veel op.” Tim zou wel dit traject kiezen als het traject reeds een aantal jaren zou hebben gelopen. “Weer als proefkonijn mee opstarten: nou dat eigenlijk liever niet weer.”
“We zijn natuurlijk de afgelopen periode minder student geweest. Voor ons is de praktijkschok straks niet groot. Maar of we door deze manier van opleiden straks iets gaan missen: b.v. te weinig theoretische bagage? Dat is nu nog niet te zeggen.” Maar beiden vinden eigenlijk ook dat hun onderzoekende houding zeker niet verloren zal gaan met de jaren. Welmoed: “Loop ik straks tegen een probleem in mijn klas aan? Dan zal ik deze omzetten naar een onderzoeksvraag, ik zal er theorie bij gaan zoeken en ik zal een passende oplossing ontwikkelen/bedenken.” En zo zullen zij beiden: het verschil maken in het leven van elk kind dat bij hun in de klas komt!

Tim van der Voort en Welmoed Rietstra, academische lio-studenten  Ariënssschool, januari 2008

 

  




 

(C) Academische basisschool Amersfoort Utrecht