De Ariënsschool is heel blij met de acbas-studenten!
Interview met Alice de Jong
In gesprek met Alice de Jong, schoolleider van de Ariënsschool,
wordt duidelijk dat de 4 studenten die op de Ariënsschool stage
lopen, zeer welkom zijn. Er zijn nu 2 vierde jaars en 2 derde jaars
acbas-studenten van de Hogeschool Domstad die stagelopen en
onderzoek doen op de school. Voor de vierde jaars studenten geldt
dat zij twee dagen in de week in de klas zijn, dat ze 1 dag voor
onderzoek hebben en de andere 2 dagen werken aan hun leervragen.
(Zie ook het interview met Welmoed en Tim.) De andere 2 studenten
zijn dit jaar voor het eerst op de school. De eerste periode van
deze derde jaars studenten op de school, heet terecht:
‘ontdooiperiode’. Ze wennen aan de school, aan de kinderen, aan het
team en aan het onderwijs op de Ariënsschool. Deze studenten hebben
als thuisklas de onderbouw. Volgend jaar willen ze namelijk in de
bovenbouw afstuderen. En de opleiding geeft aan dat er in 2
verschillende groepen ervaringen opgedaan moet worden.
“We treffen het echt met onze studenten. We zijn dan ook heel blij
met ze.” zegt Alice. “De acbas-studenten zijn actief, initiatiefrijk
en niet te beroerd om op een ander tijdstip terug te komen naar de
school voor een bepaalde activiteit. En dat is een wisselwerking.
Ook wij als school stellen ons flexibel op naar de studenten,
bijvoorbeeld bij het verschuiven van dagen. Ze maken deel uit van
het team. Met de kerst kregen ook zij een presentje. Ze horen
erbij!”
Onderzoek van de vierde en derde jaars studenten
De vierde jaars studenten zijn met hun onderzoek verder gegaan met
aspecten van Woordenschat uitbreiding. Als start van hun onderzoek
hebben ze in een teamstudiedag de teamleden zelf laten onderzoeken
welke woorden ze vaak gebruiken in hun groep. Daarmee hebben ze het
nut van het frequent behandelen van bepaalde woorden aangetoond.
Doelstelling van hun onderzoek is om te komen tot lijsten per groep
van woorden die frequent gebruikt dienen te worden.
Er was dit schooljaar ook een (betaalde) lio-stagiaire gestart op de
school, die nog niet eerder aan het acbas-traject deelnam. Dit was
echter moeilijk. Ze was te weinig bekend met het doen van onderzoek
en de combinatie met deze manier van opleiden. Daardoor is ze nu
terug gegaan naar het reguliere opleidingstraject.
De derde jaars studenten gaan nu zo’n beetje starten met hun
onderzoek. De onderzoeksvraag wordt nu verkend. Zij zullen hun vraag
zeker ook koppelen aan het ontwikkelthema van de school: de
kansrijke taalomgeving.
Opleiden en begeleiden van de studenten op de werkplek
De opleiding van de studenten verloopt competentie gericht. Dat
houdt in dat zij een competentiematrix tot hun beschikking hebben en
dat ze zelf bepalen aan de hand van welke leervragen ze aan de
verschillende competenties gaan werken. De mentoren zijn door de
opleiding geschoold in het begeleiden van studenten en ze zijn op de
hoogte gebracht van het curriculum van de studenten en van de minor
schoolontwikkeling. De reeds geschoolde mentoren gaan een
opfriscursus volgen. Het begeleiden van deze acbas-studenten in hun
opleiding is toch anders. Een grotere verantwoordelijkheid ligt er
bij de school. Het begeleiden bij het opstellen en realiseren van de
leervragen vraagt van de mentoren ook een verandering, en dat kost
even tijd.
Els Rats heeft als werkplekcoach met de vier studenten een
intervisiegroep. Dat verloopt heel prettig en is zeer leerzaam voor
alle participanten.
Het op deze manier werken naar startbekwame studenten heeft voor de
Ariënsschool voordelen. Ze hebben op deze manier een eigen
kweekvijver. Door de geleidelijke groei van verantwoordelijkheden
van de studenten wennen zij aan de school, de manier van werken, de
leerlingen en de cultuur. Daarnaast wennen de leerlingen ook
geleidelijk aan deze nieuwe (aankomende) leerkrachten. En deze
geleidelijke gewenning van beide kanten werkt erg goed. Het is
namelijk voorgekomen dat nieuwe leerkrachten het niet redden op deze
school, omdat de verantwoordelijkheid voor een totale groep en het
wennen aan de school en de leerlingen eigenlijk te veel was. Alice
geeft aan dat dit ook wel een kenmerk van deze school is, die voor
een groot deel bestaat uit allochtone leerlingen.
Onderzoeksonderwerpen sluiten aan bij schoolontwikkelthema
De school heeft voor de onderzoeken natuurlijk gezocht naar
onderwerpen die nauw verbonden zijn aan het ontwikkelthema van de
school: taalontwikkeling van de kinderen. Daar is de school op alle
terreinen mee bezig, zoals: het invoeren van de nieuwe leermethode
veilig leren lezen, het opzoek zijn naar een nieuwe methode voor
begrijpend lezen, afstemming met VVE, de doorgaande leerlijn taal en
de activiteiten van de twee taalcoördinatoren. Deze twee
coördinatoren zijn naast leerkracht ook begeleider van de collega’s
op het terrein van taalonderwijs. Zij hebben extra uren voor
klassenbezoek en video-interactie-begeleiding. Het taalonderwijs is
altijd wel een onderwerp van de bouwvergaderingen, waarin wordt
geëvalueerd en vervolgstappen worden afgesproken. Bij Eduniek zijn
uren ingekocht voor de begeleiding bij de diverse
taalonderwijs-activiteiten. Alice zelf heeft als taak om de grote
lijn te borgen.
Binnen het Acbas-project en de kenniskring doet Alice ook nieuwe
ideeën op voor het taalonderwijs op haar school. De Pabo is bij de
taalontwikkelingsactiviteiten verder niet betrokken.
Het onderzoek van de studenten wordt begeleid door de
studieloopbaan begeleider vanuit de opleiding. De studenten hebben
een module Onderzoeksvaardigheden gevolgd. Ook de SLB-ers zijn
daarin nog lerend. De leerkrachten en mentoren van de school hebben
geen module onderzoeksvaardigheden gevolgd. Alice ziet dit ook niet
als noodzaak, omdat de verantwoordelijkheid van de begeleiding van
de studenten hierbij ook bij de Pabo ligt. Daarnaast is het doen van
academisch onderzoek een complexe activiteit, waarbij je je kan
afvragen of dat wel een taak van iedere leerkracht zou moeten zijn?
Academische basisschool een verrijking?
De vraag of het zijn van een academische basisschool ook een
verrijking is, beantwoordt Alice als volgt: “Het hebben van deze
studenten is zeker e en verrijking, het begeleiden en coachen is
zeker een verrijking, de intervisie is zeker een verrijking. De
samenwerking met de opleiding gaat ook steeds beter. Maar of we dit
ook zo gedaan zouden hebben, zonder de projectmiddelen, betwijfel
ik.” stelt Alice. “Nu worden er veel stappen gezet (binnen de
schoolontwikkeling) door het doen van goed onderzoek, dit was zonder Acbas niet zonder meer verricht. Door de projectmiddelen is het
mogelijk om collega’s uit te roosteren, kunnen wij verder werken aan
schoolontwikkeling en dat komt allemaal ten goede aan ons
onderwijs.”
Goede communicatie op alle niveaus
Binnen dit project is het extra belangrijk dat er een duidelijke
communicatie is op alle niveaus, zoals bijvoorbeeld tussen de pabo
en de studenten. De afstemming van verwachtingen op elkaar is
eveneens een punt van zorg. Openheid naar elkaar omtrent rollen en
taken is noodzakelijk voor het welslagen van een dergelijk project
als dit. Een school die er over nadenkt om ook een academische
basisschool te worden, zal er voor moeten zorgen dat er binnen het
team veel draagvlak is. Aansluiten bij de onderwijsontwikkeling van
de school is belangrijk omdat er zo automatisch draagvlak is en het
onderwerp reeds bekend is.
Toekomst van ACBAS
Alice geeft aan dat het opleiden van studenten en het doorgaan met
schoolontwikkeling ook in de toekomst zeker zal gebeuren. Of er ook
nog onderzoek gedaan zal worden zal meer afhankelijk zijn van de
financiën. Daarnaast moeten er ook nog voldoende onderzoeksvragen
zijn. Aangezien de school volop in beweging en ontwikkeling is, zal
dat wel lukken. Want geen onderzoek zonder goede onderzoeksvragen.
“De onderzoeksvragen waar de studenten op de Ariënsschool nu mee aan
de slag zijn, zullen leiden tot een verbetering van ons onderwijs,
en dat willen we natuurlijk allemaal.”
Interview door Rosa Hessing, december 2007
|